EEN MENS KAN VEEL BETREUREN IN Z'N LEVENTJE, ZOALS DE DIEPE TREURNIS DIE JE OVERVALT ALS JE BESEFT DAT JE ZOJUIST DE ALLERBESTE FISH AND CHIPS OOIT HEBT GENOTEN, IN DE FILOSOFISCHE WETENSCHAP DAT "ALLERBESTE"NOOIT MEER OVERTROFFEN KAN WORDEN
( BETREFFENDE SMAAKBELEVING/HERINNERING : EEN IDEE FIXE, TENZIJ JE SMAAKPAPILLEN EN CORRESPONDERENDE HERSENGEDEELTEN HET SINDSDIEN HEBBEN LATEN AFWETEN)
DE GESCHRIFTEN VAN HET EMINENTE, ERUDIETE, TIJD EN RUIMTE OVERSTIJGENDE METAFYSISCHE BEWUSTZIJN -OM IN HET FILOSOFISCH GESCHOOLDE, WAT POETISCHER VAKJARGON TE BLIJVEN -VAN DEZE HELDER STRALENDE , HET KRONKELIGE,SEMI- ONBEWEGWIJZERDE LEVENSPADJE VERLICHTENDE STER AAN MIJN, EN VELER FIRMAMENTJES, BLIJVEN EEN WAAR GENOT OM TE DEGUSTEREN, EN DE NODIGE, VAAK TANENDE LEVENSENERGIE EN -VREUGDE TE VERSTREKKEN!
EERLIJK GEZEGD BEN IK EEN BEHOORLIJKE SCHIJTEBROEK GEWORDEN (maak daar pisbroek van)
MAAR DE LAY-OUT VAN DIT MEESTERWERKJE SCHREEUWT OM
D E E L; KOPIEER EN PLAK MIJ...
RECLAME VOOR HET WEEKBLAD HUMO: ABONNEMENT-WAARDIG!!
(OOK JEZUS BLIJKT VERSTOKEN VAN "VRIJE WIL"
DUS DENK 2 X NA VOORDAT JE WAT WENST, OF VER- WENST )
Fernand (95) wil graag opnieuw jong zijn: ‘Maar ik wil niet jong zijn anno nu. Ik wil terug naar wie ik was, en graag in 1953’
Onze huisdenker Hugo Matthysen knipt de realiteit in stukjes om ze vervolgens met patafysische Pattex weer aan elkaar te plakken, alsof dat allemaal zomaar moet kunnen. Vandaag: het verhaal van Fernand Van Werfbroeck, die nachtelijk bezoek kreeg van Jezus Christus himself! ‘Ben je gekomen om mij een beetje uit te lachen?’
Fernand Van Werfbroeck, bouwjaar 1931, lag in het duister te piekeren over de kwellingen van de oude dag. Nadat hij al zijn kwalen had overlopen, zuchtte hij spontaan: ‘O Heer, kon ik maar opnieuw jong zijn.’
En ziet, daar verscheen Jezus in een zacht lichtschijnsel, en Hij sprak: ‘Fernand Van Werfbroeck, je treft het dat je in een woonzorgcentrum van de christelijke zuil bent opgenomen, anders had ik deze stap wellicht niet gezet. Aan welke leeftijd had je gedacht?’
‘Wacht eens even,’ antwoordde Fernand. ‘Ben jij van het animatieteam, met een valse baard en een pruik? Ben je gekomen om mij een beetje uit te lachen?’
‘Om halftwee ’s nachts? Nee Fernand, ik begrijp je wantrouwen, maar ik ben het écht. Dat zal ik je bewijzen. De nummerplaat van je eerste autootje was DF812 en je onderwijzer van het eerste leerjaar heette Albert Vanden Durme.’
‘Van Durme,’ verbeterde Fernand hem, ‘maar goed, ik ben overtuigd.’
‘Oké, aan welke leeftijd had je gedacht, Fernand?’
‘19 of zo? O nee, misschien 22, dan heb ik mijn verplichte legerdienst al achter de rug.’
‘De verplichte legerdienst is al lang afgeschaft, Fernand,’ sprak de Heer.
‘Dat weet ik,’ antwoordde Fernand. ‘Maar ik wil niet jong zijn anno nu, dat wordt te ingewikkeld. Ik snap niks van de sociale media, ik heb geen idee hoe ik mij moet kleden, het jongerentaaltje is mij volkomen vreemd. Ik wil terug naar wie ik was, en graag in 1953. Pas getrouwd, nog geen kinderen, heerlijk!’
Jezus zuchtte. ‘Fernand, je kunt dat natuurlijk niet weten, maar dit is al de derde keer dat ik in 2026 aan je bed sta. Telkens ben je opnieuw jong geworden. Dat heb je nooit beseft, of wel? Heb je als twintiger ooit gedacht: eigenlijk ben ik een oude knar die zijn jeugd mag herbeleven?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei Fernand.
‘Dus wat ben je daarmee vooruit?’ vroeg de Verlosser. ‘En weet je, je kunt alleen je jeugd herbeleven als alles en iedereen teruggekatapulteerd wordt naar 1953. De hele klok wordt teruggezet. Je krijgt dan ook je toenmalige geheugen terug. Of heb je in die jaren ooit tegen je vrienden gezegd: ‘Over een goeie tien jaar zal een groepje genaamd The Beatles de muziekwereld op zijn kop zetten? Nog een jaar of vijf later zullen jonge vrouwen rokjes dragen die amper hun gat bedekken? En ongelooflijk maar waar, ergens in het decennium daarna zal het strafbaar zijn om in bezopen toestand een auto te besturen? Heb je ooit zulke praatjes verkondigd, Fernand? Nee. Want je wist van niets.’
‘En wat is dan het punt?’ vroeg Fernand.
‘Het punt is, Fernand, dat de hele geschiedenis, ook die van de kosmos, al driemaal werd teruggedraaid omdat jíj per se opnieuw jong wilde zijn. Niemand heeft daar iets van gemerkt, behalve wij, wezens die buiten tijd en ruimte staan. Maar het wordt stilaan wel een beetje saai voor ons, altijd maar hetzelfde. Daar zitten we dan in ons metafysische stulpje naar de wereld te kijken, en we zuchten: allee vooruit, het is weer 2026, die Fernand zal willen terugkeren naar 1953. Daar gaan we weer.’
‘Als dat zo vervelend is, waarom verschijn je dan aan mij?’ vroeg Fernand.
‘Waarom? Omdat de geschiedenis zich herhaalt!’ antwoordde Jezus gepikeerd. ‘De naastenliefde heeft ook haar nadelen. Ik ben één keer zo stom geweest toe te geven aan de verzuchting van iemand die weer jong wilde worden. Dat was in 2026, een paar 2026’en geleden weliswaar. Sindsdien zitten wij in een loop, Fernand.’
‘Een vergrootglas?’
‘Nee, een l-o-o-p! Een cirkel van oneindige terugkeer naar vroeger! Daarom moet ik je dringend vragen: weet je wel zeker dat je weer jong wilt worden?’
Fernand dacht even na.
‘Als dat klopt, en ik wil uw goddelijk inzicht niet in twijfel trekken, dan hebben wij dit gesprek al eens eerder gehad, telkens in 2026.’
‘Dat zei ik al, en ik herinner het mij maar al te goed.’
‘Dus, Heer, ik wil niet oneerbiedig zijn, maar je komt niet om te vragen of je mij terug naar mijn jeugd zult sturen, maar om mij te bidden dat in godsnaam níét te wensen.’
‘Ja, daar komt het eigenlijk wel op neer,’ antwoordde Jezus. ‘Je zou mij een grote dienst bewijzen door gewoon een hoogbejaarde te blijven.’
‘Dat is wel sterk,’ zei Fernand, ‘een Opperwezen dat mij komt smeken...’
‘Pardon, smeken?’
‘Ja, smeken!’ antwoordde de 95-jarige. ‘En je legt de bal gewoon in mijn kamp, Jezus. Is dat niet een beetje laf? Is het zo moeilijk om te zeggen: ‘Fuck toch off, ouwe zak, accepteer toch gewoon dat je met anderhalf been in het graf staat. Je kunt mijn kloten kussen met je kinderachtige wensdromen.’ Is dat zo moeilijk?’
‘Zulke bewoordingen zou ik niet over Mijn heilige lippen krijgen,’ antwoordde Jezus.
‘Je bekijkt het maar,’ antwoordde Fernand. Hij draaide zich om en viel in slaap.
Uren later werd hij wakker van het zonlicht door de gordijnen. Zijn vrouw was al op en kwam de slaapkamer binnen. ‘Fernand, er is een brief gekomen,’ zei ze, ‘je kunt de nummerplaat voor onze Simca gaan ophalen in het postkantoor.’